Alles over staatsobligaties: wat ze zijn, hoe ze werken en hoe u er een positie in inneemt via ons tradingplatform.
Een staatsobligatie is een bepaald soort op schuld gebaseerde belegging, waarbij er geld aan de overheid geleend wordt tegen een overeengekomen rentetarief. Overheden gebruiken staatsobligaties om kapitaal op te halen dat gebruikt wordt voor nieuwe projecten, bijvoorbeeld voor uitbreiding en verbetering van infrastructuur. Beleggers kunnen in obligaties beleggen om periodiek een vast rendement uitbetaald te krijgen.
In de Verenigde Staten staan door de overheid uitgegeven obligaties bekend als 'Treasuries'. En in het Verenigd Koninkrijk heten ze 'gilts'. Hoewel alle beleggingen een risico met zich meebrengen, wordt een belegging in staatsobligaties van een land met een stabiele economie, als een relatief veilige belegging gezien.
Wanneer u een staatsobligatie koopt, leent u de overheid een afgesproken geldbedrag gedurende een overeengekomen periode. Als vergoeding krijgt u periodiek een vastgestelde rente van de overheid betaald, de zogenaamde coupon. Om deze reden zijn obligaties een vastrentende waarde.
Als de obligatie vervalt, krijgt u het oorspronkelijk belegde bedrag, de hoofdsom, terugbetaald. De dag waarop u de hoofdsom ontvangt, wordt de vervaldatum genoemd. Obligaties hebben verschillende vervaldata. Zo kunt u een obligatie kopen die na minder dan een jaar vervalt, of een die na 30 jaar of nog langer vervalt.
Van een obligatie met een koers die gelijk is aan de nominale waarde zegt men dat deze a pari is. Als de koers beneden de pariwaarde zakt, is er bij de handel sprake van disagio. En als de koers boven de nominale waarde stijgt, is er sprake van agio.
Misschien heeft u beleggers horen zeggen dat een staatsobligatie een risicovrije belegging is. Omdat een overheid, in theorie, altijd meer geld kan bijdrukken om de schulden te betalen, krijgt u uw geld altijd terug wanneer de obligatie vervalt.
In werkelijkheid ligt dit iets ingewikkelder. Ten eerste zijn overheden niet altijd in staat om meer kapitaal ter beschikking te stellen. En zelfs als ze dat wel kunnen, kan het nog altijd voorkomen dat ze in gebreke blijven voor betalingen van de lening. Naast het kredietrisico zijn er nog enkele potentiële valkuilen waar u bij staatsobligaties op moet letten: het renterisico, het inflatierisico en het valutarisico.
Het renterisico is de mogelijkheid dat stijgende rentetarieven tot een daling van de obligatiewaarde kan leiden. Dit komt door de invloed van hoge tarieven op de opportuniteitskosten, om een obligatie in bezit te hebben, als u elders een beter rendement zou kunnen behalen.
Het inflatierisico is de mogelijkheid dat een stijgende inflatie tot een daling van de obligatiewaarde kan leiden. Als het inflatiepercentage hoger wordt dan de couponrente van de obligatie, dan levert uw belegging een verlies op in reële termen. Geïndexeerde obligaties zijn minder blootgesteld aan het inflatierisico.
Het valutarisico is alleen aanwezig als u een staatsobligatie koopt, die uitbetaalt in een andere valuta dan uw referentievaluta. In dit geval kunnen schommelende wisselkoersen leiden tot een waardedaling van uw belegging.
De garantie dat staatsobligaties worden afgelost berust op de betrouwbaarheid en de kredietwaardigheid van de overheid die ze uitgeeft. Het is echter belangrijk op te merken dat zelfs staatsobligaties gepaard gaan met vele risico's, waaronder het kredietrisico.
Door de terminologie rond obligaties kunnen dingen veel ingewikkelder lijken dan ze werkelijk zijn. Dat komt omdat elk land dat obligaties uitgeeft er andere termen voor gebruikt.
In de Verenigde Staten worden obligaties 'Treasuries' genoemd. Ze zijn er in drie grote categorieën, afhankelijkheid van hun looptijd:
Staatsobligaties van het Verenigd Koninkrijk, India en andere landen van de Commonwealth worden bijvoorbeeld 'gilts' genoemd. De looptijd van een gilt maakt deel uit van de naam, dus een Britse staatsobligatie met een looptijd van twee jaar wordt een 'two-year gilt' genoemd.
Andere landen gebruiken weer andere benamingen voor hun obligaties. Als u dus obligaties wilt traden van overheden buiten de VS en het VK, is het een goed idee om voor elke markt apart onderzoek te doen.
Er zijn ook staatsobligaties die geen vaste coupons hebben. In plaats daarvan bewegen de rentebetalingen mee met het inflatiepercentage. In de VS zijn ze gekoppeld aan de CPI en worden ze 'Treasury Inflation-Protected Securities' (TIPS) genoemd. In het VK worden ze 'Index-linked gilts' genoemd, en de coupon beweegt mee met de Britse detailhandelsprijsindex (RPI).
Een voorbeeld van een conventionele gilt van de Britse overheid is de '1½% Treasury Gilt 2047'. De vervaldatum is 2047, en de couponrente is 1,5% per jaar. In dit geval zijn er twee gelijke couponbetalingen, om de zes maanden. Met een 1½% Treasury Gilt 2047 van nominaal £ 1000, zijn er twee couponbetalingen van £ 7,50 elk, op 22 januari en op 22 juli.
Zoals bij alle financiële activa wordt de koers van staatsobligaties bepaald door vraag en aanbod. Het aanbod van staatsobligaties wordt bepaald door de overheid, die nieuwe obligaties uitgeeft voor zover en wanneer dat nodig is.
De vraag naar een obligatie is afhankelijk van of deze gezien wordt als een aantrekkelijke belegging.
Rentetarieven kunnen een grote invloed hebben op de vraag naar obligaties. Als het rentetarief lager is dan de couponrente van een obligatie, zal de vraag naar die obligatie stijgen, omdat die obligatie een betere belegging is. Maar als het rentetarief boven de couponrente van de obligatie uitkomt, zal de vraag mogelijk dalen.
De koers van een pas uitgegeven staatsobligatie wordt altijd gevormd met het huidige rentetarief in het achterhoofd. Dit betekent dat een obligatie doorgaans tegen de pariwaarde of dicht daarboven of beneden wordt verhandeld. Als de obligatie de vervaldatum bereikt, is het gewoon een uitbetaling van de oorspronkelijke lening, wat betekent dat een obligatie teruggaat naar zijn nominale waarde als het dit punt bereikt.
Het aantal resterende rentebetalingen voor de obligatie vervalt beïnvloedt ook de koers.
Een staatsobligatie wordt meestal gezien als een belegging met een laag risico, dit omdat de kans dat een overheid in gebreke blijft voor betaling van de lening doorgaans klein is. Defaults zijn echter nog altijd mogelijk, en een obligatie met een hoger risico wordt doorgaans tegen een lagere koers verhandeld dan een obligatie met een lager risico en een vergelijkbaar rentetarief.
De voornaamste manier om het risico dat een overheid in gebreke blijft te beoordelen, is door te kijken naar de rating van de obligatie door de drie belangrijkste kredietbeoordelingsbureaus: Standard & Poor's, Moody's en Fitch Ratings.
Een hoog inflatiepercentage is voor obligatiehouders doorgaans slecht nieuws. Hier zijn twee belangrijke redenen voor:
Om te speculeren op rentetarieven, of om te hedgen tegen het renterisico en inflatie, kunt u overwegen om te traden op de futuresmarkt op staatsobligaties. Bij ons doet u dat door met CFD's een positie in te nemen.
Met CFD's legt u een klein bedrag in (de margin) om een grotere positie te openen, maar de winsten en verliezen worden berekend op basis van de volledige omvang van de positie en niet op basis van het lagere marginbedrag.
Het is belangrijk om te vermelden dat financiële hefboomproducten complex zijn en er inherent risico aan verbonden is. Een hefboom stelt u in staat om met minder vermogen, meer winst te behalen als u de markt juist voorspelt, maar u kunt ook veel meer verliezen als de markt de andere kant opgaat. Dus in tegenstelling tot het bezit van obligaties, is het verlies niet beperkt tot de onderliggende waarde van de obligatie.
Er wordt in staatsobligaties gehandeld om:
Klaar om te traden in staatsobligaties? Ontdek ons handelsplatform voor obligaties.