Direct naar de inhoud

CFD’s en turbo’s zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico mee van snel oplopende verliezen. 74% en 72% van de retailbeleggers lijdt verlies op de handel in CFD’s en turbo's met deze aanbieder. Het is belangrijk dat u goed begrijpt hoe CFD’s en turbo’s werken en dat u nagaat of u zich het hoge risico op verlies kunt permitteren. Derivatenhandel kent een hoog risico op snel verlies. CFD’s en turbo’s zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico mee van snel oplopende verliezen. 74% van de retailbeleggers lijdt verlies op de handel in CFD’s met deze aanbieder. 72% van de retailbeleggers lijdt verlies op de handel in turbo’s met deze aanbieder. Het is belangrijk dat u goed begrijpt hoe CFD’s en turbo’s werken en dat u nagaat of u zich het hoge risico op verlies kunt permitteren. Opties zijn complexe financiële instrumenten. Uw vermogen loopt risico.

Wat zijn obligaties en hoe werken ze?

Obligaties zijn een van de meest verhandelde activa ter wereld: hun totale waarde is groter dan die van de globale aandelenmarkt. Ontdek meer over wat obligaties zijn en hoe ze werken.

Bel +31 20 794 6610 of e-mail naar info.nl@ig.com. Wij staan 24 uur per dag voor u klaar van zondag 9:00 tot vrijdag 23:00 uur en zaterdag van 10:00 tot 18:00 uur.

Neem contact met ons op via: +31 20-794 6610

Bel +31 20 794 6610 of e-mail naar info.nl@ig.com. Wij staan 24 uur per dag voor u klaar van zondag 9:00 tot vrijdag 23:00 uur en zaterdag van 10:00 tot 18:00 uur.

Neem contact met ons op via: +31 20-794 6610

Wat is een obligatie?

Een obligatie is een soort lening waarbij de obligatiehouder geld uitleent aan een bedrijf of overheid. De kredietnemer betaalt periodiek rente tot een vastgestelde datum in de toekomst, waarop hij het initiële bedrag van de lening aflost.

Dit laatste bedrag, terugbetaald door de uitgever van de obligatie aan de obligatiehouder, wordt de 'hoofdsom' genoemd. En de rente is een reeks betalingen, die de 'coupon' wordt genoemd.

Wat is een obligatie

De hoofdsom kan ook worden aangeduid als de nominale waarde of de pariwaarde van de obligatie. Coupons worden op vaste momenten uitbetaald (bijv. halfjaarlijks, jaarlijks of, in sommige gevallen, maandelijks) en zijn een percentage van de hoofdsom. Couponbedragen zijn gewoonlijk vast, echter kunnen de bedragen variëren zoals het geval is bij geïndexeerde obligaties. De betalingen van de obligatie worden in dit geval aangepast om de bewegingen te volgen van een index, bijvoorbeeld het inflatiepercentage.

Omdat obligaties in het algemeen verhandelbare effecten zijn, kunnen ze net als aandelen op een secundaire markt worden verkocht en gekocht, verderverschillen ze aanzienlijk van elkaar. Hoewel een aantal obligaties aan de beurs zijn genoteerd, zoals aan de London Stock Exchange (LSE), worden ze voornamelijk over-the-counter (OTC) verhandeld via institutionele brokers.

Net als aandelen zijn obligatiekoersen onderhevig aan marktwerking en de wet van vraag en aanbod. Dit betekent dat beleggers winst kunnen maken als het activum in waarde stijgt, of een verlies moeten nemen als de obligatie die ze verkopen in waarde is gedaald. Omdat een obligatie een schuldinstrument is, is de prijs ervan sterk afhankelijk van de rentetarieven.

Als de rentetarieven stijgen, worden obligaties minder aantrekkelijk voor beleggers, die elders een hogere rente kunnen krijgen en dalen de koersen. Op dezelfde manier worden obligaties bij dalende rentetarieven aantrekkelijker en stijgen de koersen.

Welke soorten obligaties zijn er?

Er bestaan vele verschillende obligaties. In de praktijk worden obligaties vaak ingedeeld op basis van de identiteit van de uitgever: overheden, bedrijven, gemeenten en overheidsinstellingen. Als een uitgever van een obligatie kapitaal wil ophalen voor een investering of om lopende uitgaven te bekostigen, vindt die op de obligatiemarkt mogelijk gunstigere rentetarieven en voorwaarden dan in het aanbod van andere kredietverleners, zoals banken.

Dit zijn de vier belangrijkste soorten obligaties:

  1. Staatsobligaties
  2. Bedrijfsobligaties
  3. Gemeentelijke obligaties
  4. Obligaties van overheidsinstellingen

Staatsobligaties

In het Verenigd Koninkrijk worden de door de overheid uitgegeven obligaties gilts' genoemd. En in de Verenigde Staten heten ze 'Treasuries'. Hoewel alle beleggingen een risico met zich meebrengen, worden beleggingen in staatsobligaties van een land met een stabiele economie als relatief veilig gezien.

Amerikaanse Treasury bills (T-bills) zijn obligaties met een looptijd van maximaal één jaar, Treasury notes (T-notes) hebben een looptijd van twee tot tien jaar, en Treasury obligaties (T-bonds) hebben een looptijd van dertig jaar.

Hoewel de meeste staatsobligaties in het VK en de VS een vast rentetarief hebben, worden in beide landen ook obligaties aangeboden met variabele couponbetalingen, gebaseerd op de inflatiecijfer. In het VK zijn het geïndexeerde gilts en in de VS zijn dit Treasury Inflation-Protected Securities (TIPS).

Bedrijfsobligaties

Bedrijfsobligaties worden uitgegeven door bedrijven om geld op te halen voor investeringen. Hoewel hoogwaardige obligaties van solide bedrijven als een defensieve belegging worden gezien, brengen ze meer risico met zich mee dan staatsobligaties en leveren ze een hogere rente op.

Als u een bedrijfsobligatie koopt, wordt u crediteur en geniet u meer bescherming tegen verlies dan aandeelhouders. In het geval dat een bedrijf failliet gaat, worden de obligatiehouders eerder gecompenseerd dan de aandeelhouders. Bedrijfsobligaties worden geëvalueerd door ratingbureaus zoals Standard & Poor's, Moody's en Fitch Ratings.

Gemeentelijke obligaties

Gemeentelijke obligaties worden gebruikt door plaatselijke overheden (zoals gemeenten, steden of districten) voor de financiering van lokale infrastructuurprojecten. In het VK worden ze uitgegeven door het UK Municipal Bonds Agency (UK MBA).

Net als staatsobligaties worden ze als een belegging met een laag risico beschouwd en bieden ze verhoudingsgewijs een laag rentetarief. In de VS zijn gemeentelijke obligaties soms vrijgesteld van bepaalde belastingen op lokaal-, staats- en federaal niveau.

Obligaties van overheidsinstellingen

Obligaties van overheidsinstellingen, vooral een Amerikaans fenomeen, zijn effecten die worden uitgegeven door overheidsondernemingen (government-sponsored enterprises, GSE's) of door ministeries, met uitzondering van het Ministerie van Financiën (Treasury). Voor de obligaties van federale overheidsinstellingen staat de Amerikaanse overheid garant, voor GSE-obligaties is dat niet het geval. Bekende GSE-obligaties zijn bijvoorbeeld die van de National Mortgage Association ('Fannie Mae') en de Federal Home Loan Mortgage ('Freddie Mac').

Hoe werken obligaties?

Obligaties zijn schuldinstrumenten. De obligatiehouder leent geld uit aan de uitgever, die de lening vervolgens aflost op een manier bepaald in de obligatie. Vaak doet de uitgever een reeks vaste rentebetalingen op regelmatige basis, genaamd 'coupons'. Vervolgens wordt de hoofdsom van de lening op het einde afgelost, als de obligatie zijn looptijd of vervaldatum bereikt.

Er zijn echter variaties op dit patroon, waaronder nulcouponobligaties en geïndexeerde obligaties.

  • Nulcouponobligaties: er vinden geen couponbetalingen plaats. In plaats daarvan wordt de rente op de obligatie gevormd door het verschil van de obligatiekoers en de hoofdsom (of nominale waarde). Als u bijvoorbeeld een obligatie koopt voor € 950 en bij het bereiken van de vervaldatum € 1000 ontvangt, heeft u 5,26% rente verdiend.
  • Geïndexeerde obligaties: couponbetalingen variëren volgens de schommelingen van het inflatiepercentage. De Amerikaanse tegenhangers zijn de Treasury Inflation-Protected Securities (TIPS). Voor de TIPS worden de veranderingen van de couponrente wel op een andere manier berekend.

Meer informatie over obligaties kopen op ons platform

Kenmerken van een obligatie

Kenmerken van een obligatie

Looptijd en duration

Bij een obligatie moet zowel de looptijd (of termijn) als de duration worden vermeld. De twee kenmerken zijn heel verschillend. De looptijd van een obligatie is de tijd tot de obligatie vervalt en de eindbetaling gebeurt: de actieve levensduur van de obligatie.

Duration heeft betrekking tot twee belangrijke eigenschappen van een obligatie. Ten eerste, de 'Macaulay duration' is de tijd die verstrijkt voor de hoofdsom van de obligatie wordt afgelost en wordt uitgedrukt in aantal jaren. Die kan worden omgerekend naar de 'modified duration', een maatstaf voor de gevoeligheid van de koers voor veranderingen van het rentetarief. Hoe langer de looptijd van de obligatie, hoe meer de koers ervan zal fluctueren door veranderingen in de rentetarieven.

Kredietrating

Kredietbeoordelaars zoals Standard & Poor’s, Moody’s and Fitch beoordelen de kredietwaardigheid van de uitgevers van obligaties. Zo krijgen marktdeelnemers waardevol inzicht in het kredietrisico van een obligatie. Dit is zowel voor uitgevers als voor potentiële kopers van essentieel belang.

Kopers moeten weten of de uitgever in staat is om de couponbetalingen en de aflossing van de hoofdsom consequent en tijdig te doen. Ook kunnen uitgevers de rating gebruiken om hun obligaties te waarderen op een niveau dat beleggers zou moeten aantrekken.

Hoe lager het kredietrisico van de uitgever, of hoe hoger hun rating, hoe lager ze hun couponrentes kunnen bepalen. Zo kunnen ze de leenkosten verminderen. Omgekeerd, hoe hoger het kredietrisico van de uitgever, hoe hoger het rendement van de obligaties zal moeten zijn om beleggers aan te trekken.

Als we de schaal van Fitch Ratings als voorbeeld gebruiken, krijgen de obligaties met een lange looptijd en het laagste risico een AAA-rating. Terwijl obligaties met een lage kredietwaardigheid (ook wel 'junk bonds' of subprime obligaties genoemd) beginnen bij BB+.

Nominale waarde en uitgiftekoers

De nominale waarde van een obligatie is de hoofdsom die aan de obligatiehouder volgens overeenkomst wordt betaald, exclusief coupons. In het algemeen wordt deze als vast bedrag betaald, wanneer de obligatie verloopt of vervalt, en blijft deze gedurende de totale levensduur van de obligatie onveranderd. Dit is echter niet altijd het geval. Zo passen bepaalde geïndexeerde obligaties, zoals de Treasury Inflation-Protected Securities (TIPS), de nominale waarde aan de inflatie aan.

In theorie, en met uitzondering van de nulcouponobligaties, moet de uitgiftekoers van een obligatie gelijk zijn aan de nominale waarde. Dit komt omdat de nominale waarde gelijk is aan de volledige waarde van de lening, die aan de uitgever wordt betaald wanneer de obligatie wordt gekocht. Maar de obligatiekoers kan na uitgifte, op de secundaire markt, aanzienlijk schommelen onder invloed van verschillende factoren.

Nulcouponobligaties betalen geen coupons uit, wat betekent dat om rente te betalen, de uitgiftekoers lager is dan de nominale waarde van de obligatie.

Couponrente en coupondatum

De couponrente van een obligatie is de verhouding tussen de waarde van de couponbetalingen van de obligatie en de nominale waarde, uitgedrukt als een percentage. Als bijv. de nominale waarde van een obligatie € 1000 is, en er wordt een jaarlijkse coupon van € 50 uitbetaald, is de couponrente 5% per jaar. Doorgaans worden de couponrentes op jaarbasis berekend, dus twee betalingen van € 25 leveren ook een couponrente van 5% op.

De couponrente van een obligatie moet worden onderscheiden van couponrendement (current yield) en effectief rendement (yield to maturity, YTM).

  • Couponrendement is de rente die over de huidige marktprijs van de obligatie wordt ontvangen, via de jaarlijkse couponbetalingen.
  • Effectief rendement vergt een complexere berekening. Dit is het totale bedrag aan rente, welke over de huidige marktprijs van de obligatie wordt ontvangen, gedurende de rest van de levensduur. Het bestaat uit alle toekomstige couponbetalingen en de hoofdsom.

De coupondatum (mv. coupondata) is de datum waarop de uitgever van de obligatie de coupon moet betalen. De obligatie zal de coupondata specificeren, maar het is gebruikelijk dat coupons jaarlijks, halfjaarlijks, per kwartaal of per maand worden uitbetaald. Obligatiekoersen kunnen worden genoteerd als ex-coupon of cum-coupon. Bij ex-coupon is de koers exclusief de volgende couponbetaling, terwijl bij cum-coupon de koers inclusief de volgende betaling is.

Wat beïnvloedt de koersen van obligaties?

Wat beïnvloedt de koersen van obligaties
  • Vraag en aanbod
  • Tijd tot vervaldatum
  • Kredietrating
  • Inflatie

Vraag en aanbod

Net als bij andere verhandelbare activa zijn obligatiekoersen onderhevig aan marktwerking en de wet van vraag en aanbod. Het aanbod van obligaties hangt af van de uitgevende instellingen en hun behoefte aan kapitaal. De vraag wordt bepaald door de aantrekkelijkheid van een obligatie als belegging, in verhouding tot andere mogelijkheden. De rentetarieven spelen een doorslaggevende rol bij de bepaling van vraag en aanbod, en hieronder gaan we dieper in op de relatie tussen rente en obligatiekoersen.

Tijd tot vervaldatum

Pas uitgegeven obligaties worden altijd gewaardeerd op basis van de huidige rentetarieven, wat inhoudt dat ze gewoonlijk dichtbij, of gelijk aan de pariwaarde of nominale waarde worden verhandeld. Als de obligatie de vervaldatum bereikt, is het gewoon een uitbetaling van de oorspronkelijke lening, wat betekent dat een obligatie teruggaat naar zijn nominale waarde als het dit punt bereikt. De koers wordt ook beïnvloedt door het aantal resterende rentebetalingen voordat de obligatie vervalt.

Kredietrating

Hoewel obligaties vaak als defensief beleggingsvehikel worden gezien, kan er toch een default plaatsvinden. Een obligatie met een hoger risico wordt doorgaans tegen een lagere koers verhandeld dan een obligatie met een lager risico en een vergelijkbaar rentetarief. De voornaamste manier om het risico dat een overheid in gebreke blijft te beoordelen, is door te kijken naar de rating van de obligatie door de drie belangrijkste kredietbeoordelingsbureaus: Standard & Poor's, Moody's en Fitch Ratings.

Inflatie

Een hoog inflatiepercentage is voor obligatiehouders doorgaans slecht nieuws. Dit is te wijten aan twee factoren:

  • Het bedrag van de vaste couponbetaling wordt minder waard voor beleggers wanneer geld zijn koopkracht verliest.
  • Centrale monetaire autoriteiten zoals de Bank of England (BoE) reageren vaak op hoge inflatie door de rentetarieven te verhogen. Omdat er een negatief verband is tussen rentetarieven en obligatiekoersen, resulteert een hoger rentetarief in een lagere marktprijs voor de obligatie.

Obligatiekoersen en rentetarieven

Rentetarieven kunnen een grote invloed hebben op de vraag en het aanbod van obligaties. Als het rentetarief lager is dan de couponrente van een obligatie, zal de vraag naar die obligatie stijgen, omdat deze een betere belegging is. Maar als het rentetarief boven de couponrente van een obligatie uitkomt, zal de vraag mogelijk dalen.

Op dezelfde manier kunnen uitgevers van obligaties hun aanbod bevriezen als de rentetarieven zo hoog zijn dat lenen geen betaalbare kapitaalbron meer is. De vuistregel is dat rentetarieven en obligatiekoersen omgekeerd zijn gecorreleerd: als de ene stijgt, dan daalt de andere.

Als u beslist hoe u in obligaties zou willen handelen, is het van essentieel belang dat u begrijpt hoe rentetarieven uw algemene strategie beïnvloeden.

Obligatiekoersen en rentetarieven

Obligatiekoersen en de Fed

Aangezien de Federal Reserve (de Fed) de monetaire autoriteit is van 's werelds grootste economie, hebben de beleidsbeslissingen die daar genomen worden wereldwijde gevolgen. Als de Fed de rentetarieven bijvoorbeeld verlaagt, neemt de vraag in de hele grote markt voor tienjarige Treasury notes (T-notes) toe. Dit omdat de T-notes die zijn uitgegeven met couponrentes boven het algemene rentetarief aantrekkelijk worden voor beleggers.

Institutionele beleggers die aanzienlijke hoeveelheden T-notes aanhouden, zoals pensioenfondsen, beleggingsfondsen, ETF's, investeringsbanken en beleggingstrusts, zien de waarde van hun activa stijgen als de koersen van T-notes en andere obligaties stijgen.

Voorbeelden van obligaties

  • Britse Treasury Gilt
  • Nulcouponobligaties

Een voorbeeld van een conventionele gilt van de Britse overheid is de '1½% Treasury Gilt 2047'. U zou hier twee gelijke couponbetalingen per jaar ontvangen, telkens na precies zes maanden (tenzij de data niet op een werkdag vallen, dan schuiven ze door naar de eerstvolgende werkdag).

De vervaldatum van de obligatie is 2047, en de couponrente is 1,5% per jaar. Met een 1½% Treasury Gilt 2047 van nominaal £ 1000 zijn er twee couponbetalingen van £ 7,50 elk, op 22 januari en op 22 juli.

Britse Treasury Gilt

Kijk eens naar het geval van een nulcouponobligatie met een looptijd van een jaar. Op de obligatie worden geen couponbetalingen gedaan, en in plaats daarvan wordt rente betaald door de uitgiftekoers van de obligatie te verlagen tot onder de pariwaarde.

We veronderstellen nu dat het algemene rentetarief voor een vergelijkbaar risiconiveau 5,26% is. Om concurrerend te zijn moet de uitgever bij een pariwaarde van de obligatie van € 1000, de koers vaststellen op € 950.

Als u als obligatiehouder besluit de obligatie te verkopen voor de vervaldatum is bereikt, kunt u winst maken als het algemene rentetarief voor hetzelfde risico in de tussentijd is gedaald.

Bij het geldende rentetarief van 2,56% zou u de obligatie voor € 975 kunnen verkopen. Het omgekeerde daarvan is ook waar. Als het geldende rentetarief naar 8,11% zou stijgen, zou uw obligatie een marktwaarde hebben van € 925.

Nulcouponobligaties

Wat zijn de risico’s van obligaties?

Kredietrisico

Het kredietrisico is het risico dat de uitgever van de obligatie niet in staat zal zijn om couponbetalingen en aflossingen volledig en tijdig te doen. In het slechtste geval zou de debiteur failliet kunnen gaan. Ratingbureaus beoordelen de kredietwaardigheid en geven de uitgevers een overeenkomstige ranking.

Renterisico

Het renterisico is de mogelijkheid dat stijgende rentetarieven tot een daling van de waarde van uw obligatie leiden. Dit komt door het effect van hoge tarieven op de opportuniteitskosten om een obligatie in bezit te hebben, als u elders een beter rendement zou kunnen behalen.

Inflatierisico

Het inflatierisico is de mogelijkheid dat stijgende inflatie leidt tot een waardedaling van de obligatie. Als het inflatiepercentage hoger wordt dan de couponrente van de obligatie, dan levert uw belegging een verlies op in reële termen. Geïndexeerde obligaties kunnen dit risico helpen verminderen.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is de kans dat er op een markt onvoldoende kopers zijn om uw obligaties snel en tegen de huidige koers te kopen. Als u snel wilt verkopen, moet u misschien de prijs verlagen.

Valutarisico

Het valutarisico is alleen aanwezig als u een staatsobligatie koopt, die uitbetaalt in een andere valuta dan uw referentievaluta. In dit geval kunnen schommelende wisselkoersen leiden tot een daling van de waarde van uw belegging.

Het call-risico

Het call-risico doet zich voor als de uitgever van de obligatie het recht, maar niet de verplichting heeft om de nominale waarde van de obligatie voor de officiële vervaldatum af te lossen. Doordat de resterende couponbetalingen ontbreken kan dit leiden tot een verlies van vast inkomen, of mogelijk een lager effectief rendement van de belegging.

Veelgestelde vragen

Hoe werken obligaties?

Een obligatie is een soort lening waarbij de uitgever van de obligatie de obligatiehouder naast rente ook de hoofdsom terug moet betalen. Terwijl de hoofdsom meestal de laatste betaling is van de uitgever van de obligatie aan de houder, is de rente op dit bedrag vaak een reeks betalingen die de 'coupon' worden genoemd.

Omdat obligaties in het algemeen verhandelbare effecten zijn, kunnen ze net als aandelen op een secundaire markt worden verkocht en gekocht, verder verschillen ze aanzienlijk van elkaar. Hoewel een aantal obligaties aan de beurs zijn genoteerd, worden ze voornamelijk over-the-counter (OTC) verhandeld via institutionele brokers.

Zijn obligaties een goede belegging?

Obligaties van hoge kwaliteit worden als een relatief veilige belegging gezien. Dit betekent dat hun rentetarieven ook vaak relatief laag zijn. Hoewel er obligaties met relatief hoge couponrentes beschikbaar zijn, worden deze als minder veilig gezien. Doorgaans kijken beleggers naar obligaties om hun portefeuilleposities te diversifiëren en om zich in te dekken tegen dalende aandelenmarkten.

Wat is een voorbeeld van een obligatie?

Een voorbeeld van een conventionele gilt van de Britse overheid is de '1½% Treasury Gilt 2047'. U zou hier twee gelijke couponbetalingen per jaar ontvangen, telkens na precies zes maanden (tenzij de data niet op een werkdag vallen, dan schuiven ze door naar de eerstvolgende werkdag).

De vervaldatum is 2047, en de couponrente is 1,5% per jaar. Met een 1½% Treasury Gilt 2047 van nominaal £ 1000 zijn er twee couponbetalingen van £ 7,50, op 22 januari en op 22 juli.

Zijn obligaties gegarandeerd?

Gegarandeerde obligaties zijn obligaties waarvan de hoofdsom en couponbetalingen worden gegarandeerd door een derde partij, zoals een verzekeringsmaatschappij, overheid of moederbedrijf. Ze omvatten bedrijfsobligaties en gemeentelijke obligaties.

De garantie dat staatsobligaties worden afgelost berust op de betrouwbaarheid en de kredietwaardigheid van de overheid die ze uitgeeft. Het is echter belangrijk op te merken dat zelfs staatsobligaties gepaard gaan met vele risico's, waaronder het kredietrisico.

Welk type obligatie is het meest risicovol?

Obligaties met een lage kredietwaardigheid zijn het meest risicovol. Over het algemeen wordt een bedrijfsobligatie als riskanter beschouwd dan die van een stabiele overheid in een goed functionerende economie. Houders van een bedrijfsobligatie genieten echter van een beter bescherming dan aandeelhouders. In het geval van insolventie zijn obligatieschulden belangrijker dan de claims van aandeelhouders.

Welk type obligatie is het veiligst?

Obligaties met een hoge kredietwaardigheid zijn het veiligst. Over het algemeen worden staatsobligaties gezien als een veiliger alternatief voor bedrijfsobligaties.

Wat maakt een obligatie aantrekkelijk?

Het evenwicht tussen de kredietwaardigheid van de obligatie, dat wil zeggen het niveau van het kreditrisico en het effectief rendement, zorgen samen voor een aantrekkelijke investeringsmogelijkheid. Als het effectief rendement voor een bepaald risiconiveau groter is dan de rente voor een gelijkwaardig risico elders, zal de obligatie aantrekkelijk worden.

Zijn obligaties veilig bij een beurscrash?

Staatsobligaties zullen het bij marktcrashes waarschijnlijk beter doen dan bedrijfsobligaties, maar de relatie tussen de prestaties van de aandelenmarkt en obligaties is complex. Als bedrijven insolvent worden vanwege een beurscrash, kunnen hun obligatiehouders mogelijk minder terugkrijgen dan de hoofdsom. Een marktcrash kan ook leiden tot een kapitaalvlucht naar meer conservatieve beleggingen, waardoor de vraag naar staatsobligaties toeneemt.

Zijn obligaties risicovrij?

Geen enkele obligatie is risicovrij. Alle obligaties zijn onderhevig aan renterisico, inflatierisico en liquiditeitsrisico. Hoewel een staatsobligatie soms als risicovrij kan worden bestempeld omdat deze is uitgegeven door een zeer kredietwaardige instelling, gaat ook deze gepaard met een wanbetalingsrisico.